Loose parts op het schoolplein

Materialen die uitnodigen tot bewegen, bouwen en onderzoeken

Een krat wordt een stoel in de bus. Een plank vormt de verbinding tussen twee eilanden. Met goten, bakken en water proberen kinderen een rivier te maken.

Loose parts zijn losse, verplaatsbare materialen die kinderen op verschillende manieren kunnen gebruiken en combineren. De functie ligt niet volledig vast. Kinderen kunnen zelf bepalen wat ze ermee maken en hun ideeën tijdens het spelen veranderen.

Op het schoolplein bieden deze materialen mogelijkheden om het aanbod uit te breiden. Je hoeft daarvoor geen compleet nieuw plein aan te schaffen. Met een doordachte selectie kun je beginnen, observeren wat er ontstaat en het aanbod verder ontwikkelen.

Waarom loose parts inzetten?

Onderzoek geeft concrete aanknopingspunten voor het gebruik van loose parts.

In het Canadese PLEY-onderzoek deden 209 kinderen van drie tot vijf jaar mee. Kinderopvanglocaties werden willekeurig verdeeld over een interventie- en controlegroep. De interventie bestond uit loose parts in de buitenruimte en scholing voor professionals. Na drie en zes maanden waren kinderen in de interventiegroep lichamelijk actiever, gemeten met beweegmeters. Er werd geen extra vooruitgang gevonden in de gemeten motorische vaardigheden. De aangetoonde opbrengst was hier dus meer lichamelijke activiteit, bij een combinatie van materiaal en professionalisering.

Ook voor bouwen en onderzoeken zijn positieve bevindingen beschikbaar. In een experiment uit 2025 speelden zestig jonge kinderen afzonderlijk met loose parts en met speelgoedpercussie-instrumenten. Bij loose parts maakten zij vaker constructies, onderzochten zij vaker wiskundige ideeën en legden zij vaker uit wat ze wilden maken of hoe iets werkte. Ze speelden bovendien langer met de losse materialen. Dit onderzoek vond binnen plaats en onderzocht gedrag tijdens de speelmomenten, geen blijvende ontwikkelingswinst.

Deze bevindingen geven een bruikbare richting: zet loose parts in om actief, bouwend en onderzoekend spel mogelijk te maken. Onderstaande voorbeelden vertalen die richting naar het schoolplein. De afzonderlijke materiaalcombinaties zijn niet als zodanig in deze studies getest.

Kies materialen vanuit wat kinderen ermee kunnen doen

Een verzameling spullen is nog geen doordacht aanbod. Kijk bij de materiaalkeuze naar de handelingen die mogelijk worden: dragen, stapelen, vullen, verbinden, rollen, afdekken en vervoeren.

Kunnen kinderen materialen zelfstandig gebruiken? Passen onderdelen bij elkaar? Zijn er voldoende mogelijkheden om een eenvoudig begin uit te bouwen tot complexer spel?

Bouwen met kratten, planken en blokken

Stevige kratten, gladde planken en grote houten blokken bieden mogelijkheden om wegen, bruggen, voertuigen en gebouwen te maken.

Kies verschillende lengtes en formaten die kinderen kunnen hanteren. Zorg voor een vlakke bouwplek, buiten de doorgaande fietsroute. Zo kan een constructie blijven staan terwijl kinderen eraan werken.

Een kind kan beginnen met kratten op een rij zetten. Andere kinderen leggen er planken tussen of maken een ruimte waarin ze kunnen zitten. Vanuit hetzelfde materiaal kunnen verschillende activiteiten ontstaan.

Kijk vervolgens welke problemen kinderen tegenkomen. Een plank is te kort, een bouwwerk wiebelt of een ingang blijkt te smal. Dat zijn aanknopingspunten om samen te onderzoeken wat aangepast kan worden.

Onderzoeken met goten, buizen en ballen

Brede goten, korte buizen, ballen en opvangbakken kunnen worden gecombineerd tot banen. Kinderen kunnen onderdelen verplaatsen en onderzoeken wat er gebeurt.

Een lage goot laat een bal misschien langzaam rollen. Bij een steilere opstelling verandert dat. Twee goten sluiten niet vanzelf aan. Een bal past wel door de ene buis, maar niet door de andere.

Bied eerst een overzichtelijke combinatie aan. Bijvoorbeeld twee goten, enkele stevige steunen, een bak en een paar ballen van verschillende grootte. Voeg materiaal toe wanneer het spel daar aanleiding toe geeft.

Vullen en vervoeren met zand en water

Bakken, emmers, scheppen, brede trechters en korte buizen bieden mogelijkheden om te vullen, legen, verplaatsen en laten stromen.

Bij jongere of minder ervaren spelers kan het vullen en legen de activiteit zijn. Andere kinderen verbinden bakken en goten tot een waterbaan of gebruiken het materiaal binnen een keuken, winkel of bouwplaats.

Zorg dat het materiaal bruikbaar is: een trechter moet geschikt zijn voor wat kinderen erdoorheen willen laten gaan en een gevulde emmer moet nog te hanteren zijn.

Ruimtes maken met doeken en knijpers

Doeken, lakens en grote knijpers kunnen worden gebruikt om hutten, winkels, voertuigen en kleine speelplekken te maken.

De mogelijkheid om iets vast te maken is daarbij belangrijk. Alleen doeken neerleggen kan onvoldoende zijn wanneer kinderen hun dak nergens kunnen bevestigen. Kies geschikte bevestigingsmogelijkheden en begeleid het gebruik.

Een beschutte plek kan ook een beginpunt zijn voor rollenspel. Kijk of aanvullende materialen nodig zijn om het idee van de kinderen verder uit te voeren.

Verzamelen met natuurlijke materialen

Grote stenen, dennenappels, stukken schors en houten schijven kunnen worden verzameld, gerangschikt en gecombineerd met ander materiaal.

Ze kunnen bouwmateriaal zijn, goederen in een winkel of onderdelen van een patroon. Bakken en manden maken het mogelijk om verzamelingen te verplaatsen en bij elkaar te houden.

Selecteer formaat en materiaal op basis van de kinderen die ermee spelen. Houd rekening met kinderen die voorwerpen in hun mond stoppen.

Zorg voor samenhang en overzicht

Materialen worden bruikbaar door hun combinatie. Kratten en planken maken iets anders mogelijk dan kratten alleen. Goten vragen om ondersteuning en iets dat erdoorheen kan bewegen. Doeken vragen vaak om een manier om ze vast te zetten.

Begin daarom met enkele samenhangende combinaties. Bijvoorbeeld:

  • Kratten, planken en grote blokken voor bouwen.
  • Goten, ballen, steunen en bakken voor rollend spel.
  • Emmers, scheppen en brede buizen bij zand en water.
  • Doeken en grote knijpers bij een geschikte huttenplek.

Maak de opslag bereikbaar en herkenbaar. Kinderen moeten kunnen zien wat er is en materialen zoveel mogelijk zelfstandig kunnen pakken en terugbrengen. Foto’s op de opbergplek kunnen daarbij helpen.

Controleer materialen op slijtage, splinters, scherpe randen, stabiliteit en beknellingsgevaar. Maak afspraken over dragen, stapelen en het verplaatsen van grote onderdelen. Bepaal als team welke begeleiding nodig is.

Niet ieder kind begint vanzelf

Sommige kinderen maken direct een plan. Andere blijven kijken of wachten op een opdracht. Onderzoek eerst wat er speelt voordat je nieuw materiaal toevoegt.

Weet het kind niet wat het met de materialen kan doen? Is het materiaal moeilijk te hanteren? Wil het aansluiten bij anderen, maar lukt dat niet? Of kijkt het bewust eerst toe?

Een kind dat nog vooral vult en leegt, hoeft geen waterbaan te maken. Een kind dat zelfstandig stapelt, kan toe zijn aan materiaal waarmee het verbindingen kan leggen. Stem het aanbod af op wat je ziet, zonder voor ieder kind hetzelfde eindresultaat te verwachten.

De rol van de leerkracht

Je hoeft niet voortdurend mee te spelen. Wel vraagt het aanbod om gerichte aandacht.

Kijk eerst naar het initiatief. Wat probeert het kind te maken of te onderzoeken? Vraag eventueel: ‘Vertel eens wat je aan het doen bent.’ Zo voorkom je dat jouw voorstel het bestaande plan verdringt.

Help bij een concrete moeilijkheid. Wanneer een doek niet blijft hangen, kun je het gebruik van een knijper voordoen. Wanneer een plank instabiel ligt, kun je samen naar de ondersteuning kijken. Geef het materiaal daarna terug, zodat het kind verder kan.

Ondersteun het overleg. Als kinderen hetzelfde materiaal willen gebruiken, kun je hun plannen laten verwoorden: ‘Jullie hebben allebei deze plank nodig. Waarvoor willen jullie hem gebruiken?’ Help verder wanneer het overleg vastloopt.

Voeg gericht iets toe. Een extra opvangbak kan een waterbaan verder helpen. Een langere plank kan een bouwvraagstuk veranderen. Kies een toevoeging vanuit het spel dat er al is.

Laat ruimte voor herhaling. Hetzelfde materiaal kan meerdere dagen interessant blijven. Kijk of kinderen nauwkeuriger werken, andere combinaties maken of hun plan uitbreiden. Je hoeft het aanbod niet telkens te vervangen.

Een praktijkvoorbeeld: de waterbaan

Je zet bij de waterplek enkele goten, bakken en stevige steunen neer. Twee kinderen vullen een bak en gieten het water in een goot. Het water loopt over de rand voordat het de tweede bak bereikt.

Je observeert eerst. Proberen de kinderen iets te veranderen? Zien ze waar het water wegloopt? Bespreken ze een oplossing?

Wanneer ze vastlopen, kun je benoemen wat je ziet: ‘Het water komt hier naast de bak terecht.’ Wacht vervolgens op hun reactie. Als dat onvoldoende helpt, onderzoek je samen welk onderdeel verplaatst kan worden.

De kinderen blijven eigenaar van hun plan. Jij helpt om het probleem zichtbaar en hanteerbaar te maken.

Begin klein en volg het gebruik

Kies één plek op het plein en één materiaalcombinatie. Zorg dat kinderen tijd krijgen om ermee te spelen.

Observeer daarna: wie begint, wie blijft kijken en welke activiteiten ontstaan? Welke kinderen combineren materialen? Waar is jouw hulp nodig? Kunnen kinderen daarna zelfstandig verder?

Pas op basis daarvan iets aan. Soms is ander materiaal nodig. Soms vooral meer ruimte, een duidelijkere opbergplek of een korte demonstratie.

De waarde van loose parts zit in wat kinderen ermee kunnen doen. Een bewuste materiaalkeuze en passende begeleiding helpen om die mogelijkheden op het schoolplein te benutten.

Bronnen

Winkelwagen
Scroll naar boven